Lage rugklachten

Lage rugklachten zijn (pijn)klachten in de onderrug waarvoor soms geen oorzaak gevonden kan worden. Wij hebben speciaal voor mensen met lage rugklachten een beweegprogramma ontwikkeld: ’Bewegen met Lage rugklachten’. Een beweegprogramma is een trainingsprogramma dat speciaal ontwikkeld is voor mensen met klachten. Het beweegprogramma wordt voor u op maat gemaakt. Dit wil zeggen dat er rekening wordt gehouden met uw individueel belastingsniveau.

Wat is de inhoud van het beweegprogramma?
Gedurende 13 weken traint u twee keer per week onder deskundige begeleiding van een fysiotherapeut. Voordat de eerste training plaatsvindt, wordt er een uitgebreide test en een intake afgenomen. Dit wordt gedaan om een goede indruk van uw klachten te krijgen en om te achterhalen hoe u hiermee om gaat. In de eerste week vindt er een groepsbijeenkomst plaats. Hier geeft de fysiotherapeut meer informatie over het beweegprogramma maar ook over de aandoening lage rugklachten. U krijgt ook de mogelijkheid om vragen te stellen en ervaringen met medepatiënten uit te wisselen. Na 13 weken wordt de test herhaald om vast te stellen hoeveel u vooruit bent gegaan. De huisarts wordt gedurende het programma tweemaal geïnformeerd. Dit wordt uiteraard alleen gedaan als u hiervoor toestemming geeft.

Waarom zou ik hieraan deelnemen?
Als u pijnklachten heeft bij lang staan of zitten, dan is dit beweegprogramma iets voor u. Rugpijn is erg vervelend. Helemaal als er geen oorzaak voor gevonden wordt. Door de pijn bent u vaak minder actief en fit. Bewegen kan deze negatieve spiraal doorbreken. Het is bewezen dat, mits op de juiste manier uitgevoerd, bewegen een positieve invloed heeft op lage rugklachten. U voelt zich door het bewegen weer fitter en u heeft het idee dat u meer kunt. De pijn verdwijnt niet altijd volledig, maar u leert er anders mee omgaan. Hierdoor wordt 'normaal' functioneren weer makkelijker.

Waar moet ik aan voldoen om deel te mogen nemen?
Om aan het beweegprogramma 'Bewegen met Lage rugklachten' te kunnen deelnemen, moet u regelmatig terugkerende rugklachten hebben.

De wervelkolom
De wervelkolom bestaat uit 24 wervels, het heilig been en het staartbeen.

De wervels bestaan uit:
- 7 halswervels
- 12 borstwervels (hieraan zitten de ribben vast)
- 5 lendenwervels

Het heiligbeen is verbonden met de heupen en samen spreken we dan over het bekken. Tussen de wervels bevinden zich te tussenwervelschijven die als een soort schokdempers en smering fungeren. Langs de wervelkolom lopen spieren, de lange banden. Verder zijn de wervels verbonden met stabiliserende korte spieren die in de lengte, breedte en diagonaal lopen en meehelpen met het bewegen van de rug. Hierboven ziet u de wervelkolom gezien vanaf de buikzijde. De meeste mensen met rugpijn hebben last van de lendenwervels, dit zijn de onderste 5 wervels.
 
Hoe rugpijn ontstaat
De rug, metname de ruggewervel, is essentieel voor ons lichaam. We kunnen een arm, voet of zelfs een been missen, maar zonder onze ruggewervel kunnen we niet. In de ruggewervel lopen alle zenuwen en van tussen de ruggewervels lopen de vertakkingen van de zenuwen naar onze ledematen en organen.

De rug bestaat uit harde en zachte delen; de harde ruggewervels en de zachte tussenschijven. Hierdoor is onze rug flexibel en kunnen we ons lichaam buigen en zelfs torderen (de schouders draaien t.o.v. de heupen). Onze rug is enorm sterk, maar de kracht verleent hij niet alleen door de ruggewervels en tussenschijven, maar juist door de vele spieren de de ruggewervels op hun plaats houden.

Wanneer de samenwerking tussen spieren, ruggewervels en tussenschijven niet meer in balans is, kunnen zenuwen bekneld raken en dit lijdt tot rugpijn. Dit is wat anders dan spierpijn in de rugspieren. Rugspierpijn komt veel minder voor omdat onze rugspieren over het algemeen dagelijks gebruikt en belast worden.

Specifieke onderdelen van de behandeling zijn:
Fysiek: training, gecoördineerd bewegen, het ontwikkelen van lichaamsgevoel en het herkennen van een goede balans tussen belasting en belastbaarheid.
Psychisch: het onderkennen van onderliggende problematiek, het herkennen van onderliggende belangen en motivaties, het inzicht verschaffen in cognities en copingstrategieën.
Sociaal: bespreking van partner-, gezins- en werkrelaties en de invloed daarvan op de klacht. Tijdens de behandeling wordt rekening gehouden met de interactie tussen de sociale omgeving en de patiënt. Daarom is ook een partnercursus voorwaarde voor een effectieve behandeling. Leren als uitgangspunt: De mens is een lerend organisme. Leren heeft betrekking op gedrag, bewegen, lichaamsgevoel, pijn en emoties. Binnen de behandeling wordt daarom gebruik gemaakt van de volgende leertheoretische inzichten:

  • De klacht wordt zowel biofysisch als psychosociaal door de behandelaar onderkend en inzichtelijk gecommuniceerd
  • De klacht wordt in termen besproken waarbij hoop op herstel niet definitief wordt weggenomen
  • De patiënt dient er vertrouwen in te krijgen dat de klachten op een deskundig niveau alle aandacht krijgen, herkend en erkend worden
  • Door adequate training ontstaat snel een zichtbaar functieherstel, hetgeen de cognitief gedragsmatige aanpak ondersteunt
  • De beeldvorming van de patiënt ten aanzien van de klachten wordt in het behandelprogramma besproken en waar nodig aangepast om aanknopingspunten te creëren voor herstel
  • Er wordt tijdcontingent in plaats van pijncontingent gewerkt, waarbij de patiënt voor aanvang een behandelovereenkomst afsluit om met volledige inzet het programma te volgen

Verantwoordelijkheid bij de patiënt: de patiënt zelf is verantwoordelijk voor herstel. De taak en verantwoordelijkheid van de behandelaren binnen het centrum bestaat uit het overdragen van kennis en het zorgen voor terugkoppeling ten behoeve van zelfinzicht van de patiënt.